'Rijk kan warmtenet aantrekkelijk maken'

Gepubliceerd: woensdag 22 maart 2017

Met nieuwe warmtenetten kan Nederland grote stappen zetten in de transitie naar een klimaatneutraal energiesysteem. Het is alleen niet eenvoudig. De wil is er wel, maar de financiële risico’s zijn groot en goede coördinatie ontbreekt. Marktpartijen staan daardoor niet te trappelen om te investeren in warmtenetten. De rijksoverheid zou veel belemmeringen en aarzelingen kunnen wegnemen, maar laat het initiatief over aan gemeenten en provincies. Die schrikken op hun beurt ook van de grote onzekerheden die opdoemen bij warmtenetten, waardoor weinig vooruitgang wordt geboekt.

Toekomstbeeld
Dit beeld doemt op uit een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), getiteld ‘Toekomstbeeld klimaatneutrale warmtenetten in Nederland’. Het rapport bevat voorstellen om de patstelling te doorbreken. Volgens het PBL kan het Rijksoverheid de risico’s voor investeerders verminderen. Eenvoudigste oplossing hiervoor is om de kosten voor de aanleg van warmtenetten te laten betalen door andere partijen, zoals de gemeente, provincie of nationale overheid. Voor dit ‘socialiseren’ van de kosten ontbreekt momenteel politiek draagvlak, meldt het PBL.

Warmtepotentieel
Momenteel wordt in Nederland jaarlijks bijna 800 PJ energie gebruikt voor verwarming van gebouwen en voor productieprocessen tot 120 graden Celsius. Dat is dertig procent van het totale energiegebruik. Door gebouwen verder te isoleren en door over te schakelen van gasverwarming naar warmtenetten en andere technieken kan de warmtevoorziening veel duurzamer worden. Bovendien vermindert hierdoor de afhankelijkheid van (Gronings) aardgas. Uit scenario’s voor de warmte¬voorziening in 2050 blijkt dat warmtenetten circa 350 PJ van de netto warmtevraag zouden kunnen leveren. Dat is ongeveer zeven keer zoveel als nu.

Geothermie
Om te zorgen dat warmtenetten daadwerkelijk klimaatneutraal worden, moeten ze uiteindelijk gevoed worden met warmte uit klimaatneutrale bronnen. Geothermie is hierbij de grootste belofte. Deze energiebron is ruim aanwezig op 3 tot 7 kilometer diepte en zou Nederland minder afhankelijk maken van buitenlandse bronnen. Dat maakt het aantrekkelijk de techniek voor winning van diepe geothermie verder te vervolmaken. Om de onzekerheden bij geothermie te verminderen is nog wel meer onderzoek en ontwikkeling nodig. Het PBL adviseert de overheid om geothermie te blijven ondersteunen, zoals nu gebeurt met subsidie uit de SDE+ regeling.

Restwarmte
Ook de benutting van meer industriële restwarmte kan technisch mogelijk en economisch aantrekkelijk gemaakt worden. Als de industrie de komende jaren overschakelt op klimaatneutrale energiebronnen, dan wordt hun restwarmte automatisch ook klimaatneutraal. Door aardgas te vervangen door 350 PJ klimaatneutrale warmte daalt de CO2-uitstoot met circa 20 Megaton ofwel 10 procent ten opzichte van 1990. Het PBL adviseert de overheid om bedrijven op nieuwe manieren aan te sporen om hun restwarmte te leveren aan een warmtenet. Nu is het voor bedrijven vaak veel eenvoudiger om hun restwarmte te lozen dan om het ‘uit te koppelen’.

Warmtenet goedkoper
Verwarmen met warmtenetten wordt goedkoper als de warmtevraag per hectare toeneemt. Het is dus gunstig als in een wijk álle woningen op een warmtenet worden aangesloten. In dichtbebouwde gebieden is verwarmen met warmtenetten de goedkoopste klimaatneutrale techniek. Zonder planning en coördinatie kiezen burgers en bedrijven hun eigen tempo en manier om hun verwarmingssysteem te verduurzamen, maar dat kan de aantrekkelijkheid van warmtenetten ondergraven. Daarom is het van belang snel duidelijkheid te verschaffen over welke wijken op een warmtenet willen worden aangesloten.

Geen ‘kolenwarmte’
Sommige gemeenten zoals Utrecht blokkeren de aanleg van warmtenetten omdat ze niet willen dat die de komende jaren gevoed worden met restwarmte van kolencentrales. Daarmee blokkeren ze ook de aanleg van infrastructuur die op termijn nodig is om klimaatneutrale restwarmte en geothermie te kunnen benutten. Investeren in nieuwe warmtenetten is riskant zolang onduidelijk is of en wanneer die netten volledig benut gaan worden. Door deze gebrekkige coördinatie boeken actieve partijen (gemeenten, warmteleveranciers, investeerders) nog weinig voortgang.

Betere coördinatie
Nieuwe warmtenetten komen waarschijnlijk niet tot stand zolang de risico’s voor investeerders te groot zijn en zolang de coördinatie tussen toekomstige aanbieders en vragers niet tot stand komt. Er is dus behoefte aan coördinatie en reductie van risico’s. De Rijksoverheid zou een coordinerende rol op zich kunnen nemen om de impasse te doorbreken, meldt het PBL, dat daarvoor ook verwijst naar aanknopingspunten uit de Energieagenda. Het voorstel voor een Nationaal Programma Energietransitie, dat decentrale overheden medio maart lanceerden, is een poging de coördinatie te versterken. Daarin wordt het Rijk opgeroepen knelpunten in wet- en regelgeving weg te nemen.

Risico’s reduceren
De Rijksoverheid kan de risico’s voor investeerders verminderen, meldt PBL. Voor aanleggen van warmtenetten op rijkskosten ontbreekt politiek draagvlak, maar de overheid kan ook op andere manieren investeringsrisico’s verkleinen, bijvoorbeeld door harde afspraken te maken over de wijze waarop fossiele restwarmte wordt vervangen door klimaatneutrale warmte, door de winning van geothermie te stimuleren, door te regelen dat snel duidelijk wordt welke wijken in de toekomst op een warmtenet worden aangesloten, door risicodragend kapitaal beschikbaar te stellen (bijvoorbeeld via de aangekondigde nationale financieringsinstelling Invest-NL) en door verwarmen met warmtenetten voor eindgebruikers goedkoper te maken dan verwarmen met aardgas.

Rapport
Lees het PBL-rapport ‘Toekomstbeeld klimaatneutrale warmtenetten in Nederland’.

Bron: www.ensoc.nl

Overige berichten 2017